Ik heb museumbezoeken niet van huis uit meegekregen. De keren dat ik naar een museum ging zijn op één hand te tellen. Zo ging ik met mijn opa en oma naar Ellert en Brammert en het veenmuseum tijdens logeerpartijtjes. Er er was die keer op de basisschool, waar me met de boot naar Enkhuizen gingen om het openluchtmuseum te bewonderen. Het was vooral de overtocht die me bijbleef, want het was stormachtig weer en de hele klas was zeeziek en hing lamlendig op het dek van de boot.
Het duurde tot de vierde klas van de middelbare school tot daar verandering in kwam met de intrede van het vak CKV (culturele en kunstzinnige vorming). Vanaf dat moment kwam ik minimaal 1 keer per jaar in het Groninger museum en ontstond er een lichte interesse voor dat wat met kunst werd aangeduid. Daarvoor voelde kunst vaak te groot, te ver van mijn bed. Niet voor mij. Ik leerde anders kijken en ontdekte dat het best leuk kan zijn om rond te dwalen in musea, op te gaan in verschillende stromingen en kunstuitingen die een ander wereldbeeld lieten zien.
Ook toen het niet langer verplicht was om mijn diploma te halen, bleef ik naar musea gaan. Niet wekelijks, maar als het zo uit kwam. Ik bleef dicht bij huis, nog niet volledig overtuigd van mijn liefde voor kunst. Te vaak vond ik het nog ingewikkeld, snapte ik niet wat ermee bedoeld werd. En dus koos ik voor laagdrempelig, in de buurt, gerelateerd aan mijn eigen interesses.
Een nieuwe kijk op kunst
De afgelopen jaren kwam daar een verandering in. Leerde ik het snappen los te laten en me te focussen op het ervaren. Gaf het me vaak de moed om zelf ook te blijven experimenteren, te ontdekken. Dat is het mooie van kunst die je niet begrijpt, die verlaagt je drempels van wat kunst hoort te zijn en opent een wereld van mogelijkheden.
En zo zijn musea een vast onderdeel geworden van onze ontdekkingstocht over de wereld. In Portimao leerden we alles over de sardientjesvangst en in Porto luisterden we naar Nederlandse kinderliedjes als onderdeel van een kunstinstallatie over de oorlog in het Midden-Oosten. Op Tenerife bewonderden we de piramides en ontdekten we dat die er soms heel anders uit zien dan we denken. Soms gaan we samen, en soms ga ik alleen.



In mijn zoektocht naar musea in Bangkok kwam MOCA Bangkok als één van de eersten naar voren, naast de BACC en Jim Thomson House. Die laatste bezochten we in 2017 al en was destijds een desillusie. MOCA Bangkok werd omschreven als het museum met de grootste collectie moderne kunst in Azië en dat gaf de doorslag.

Een kennismaking met Aziatische kunst
Zodra ik binnenstap bij MOCA Bangkok, ervaar ik direct de rust die zo typisch is voor veel musea. De grote open ruimte met hoge plafonds en grote ramen voelt prettig aan. Ik volg de pijlen op de grond en kom uit bij de roltrap die me naar de eerste verdieping brengt. Daar aangekomen zie ik weer de pijlen die me een idee geven waar ik naartoe moet.
Ik loop naar de glazen vitrines vol maskers en schaduwpoppen. Het is niet de eerste keer dat ik dit zie, in heel Azië maken we steeds kennis met dit fenomeen wat terug dateert tot het begin van onze jaartelling, zo niet verder. De kaart die ernaast hangt, geeft een beeld hoe die indrukken zich door heel Azië verspreid hebben. Van India, via Thailand door naar Maleisië, Indonesië en alle tussenliggende landen tot aan China.


Het wijst me direct op een geschiedenis die ik eigenlijk niet zo goed ken. Waar je in Europa terug kunt vallen op een gezamenlijke geschiedenis en je geleerd hebt over de invloeden van andere culturen, is dit deel van de wereld daar nooit onderdeel van geweest.
Ook in de ruimtes die volgen blijft me dit bij. De beelden die geschilderd worden zijn anders dan wat ik ken, laten iets zien waar ik geen affiniteit mee heb en toch is het fascinerend om te zien. Hier geen Romeinen in hun strijdwagens, maar mannen verkleed in kleurrijke outfits en maskers die vechten tegen wezens in de lucht. Waar de Europese kunst terugvalt op het christendom, zijn er hier verwijzingen naar het boeddhisme en hindoeïsme. Slechts in één werk zie ik na het lezen van de begeleidende tekst Eva met de boom van het kwaad. Waar vervolgens dan weer moderne verwijzingen inzitten naar oorlog door de granaten en tanks die er heel subtiel in zijn verwerkt.



Iets anders wat me opvalt, is dat ik één van de weinige ben die foto’s neemt van de kunstwerken zonder er zelf voor te poseren. Er worden hele fotoshoots gehouden, waarbij de één de ander instructies geeft om zo goed mogelijk op de foto te komen. Het zorgt ervoor dat ze veel langer nodig hebben om elk kunstwerk te bewonderen, hoewel ik me afvraag of ze ook daadwerkelijk genieten van de kunst of vooral bezig zijn met zichzelf. Het fenomeen selfies en poseren zie je overal in Azië terugkomen, maar dat ze dit zelfs doen in een museum, dat is weer een hele nieuwe ervaring.
Lessons from the Seasons
Als ik bijna door MOCA Bangkok gelopen ben, de pijlen volgend en elke keer weer een verdieping hoger met de roltrap, is er nog één ruimte die ik niet heb gezien. Het is een foto-expositie, mijn favoriet, maar ik zie alleen maar met grote letters EXIT boven de ingang staan en twijfel. Ik loop nog even een rondje over de verdieping, in de veronderstelling dat ik iets gemist heb, maar zie echt nergens een ingang. Besluiteloos loop ik richting de suppoost die bij de uitgang/ingang staat. Natuurlijk spreekt hij geen Engels, dat zou te makkelijk zijn. Maar hij gebaard dat ik door mag lopen (of houd me in ieder geval niet tegen).
De foto-expositie draagt de titel Lessons from the seasons en is een verzameling van 44 foto’s die elk een eigen interpretatie geven van dit thema. Elke verzameling bestaat uit 4 foto’s, een referentie naar de daadwerkelijke seizoenen, en toch heeft elke fotograaf een eigen invulling gegeven aan de seizoenen. Zo lees ik over de seizoenen van het hart, van passerende luchten, van het leven. Waar de meeste mensen snel door de foto-expositie heen wandelen, blijf ik staan bij elke fotograaf om te lezen wat hun gedachtegang is geweest bij de gekozen foto’s.
Als ik alle foto’s gezien heb en alle informatie in me heb opgezogen kom ik bij een muur met post-its. Hier hebben bezoekers hun boodschap na het zien van de foto-expositie opgehangen. En hoewel veel briefjes in het Thais geschreven zijn, hangen er toch een aantal herkenbare teksten tussen. Van standaardteksten zoals “you live and you learn” tot het meer cryptische “the urge to photobomb”.



Ik weet niet waarom het juist deze expositie van MOCA Bangkok is die me het meeste grijpt. Misschien is het het gekozen medium wat me dicht aan het hart licht, maar ik heb het idee dat het dieper gaat dan dat. Dat het iets in me aanwakkert wat ik pas sinds kort ervaar, namelijk de drang om mezelf serieus te nemen.
Om het pad wat ik tot nu toe bewandeld heb te omarmen in plaats van uit te willen vegen. Niet meer te willen pleasen, aanpassen en verdwijnen, maar juist zichtbaar zijn, de dingen op mijn eigen manier doen en genieten van dat wat er is. Om niet langer te kijken naar wat anderen doen en mezelf omlaag te halen, maar te accepteren dat iedereen een ander pad bewandeld en we daarin van elkaar kunnen leren.
Van falen naar mezelf accepteren
Ik heb lang gestoeid met hoe mijn leven gelopen is, mezelf onderuit gehaald en het gezien als falen. Ik die alles kon, maar niets voor elkaar kreeg. Of in ieder geval niet dat ideaalplaatje wat ik voor me zag. Met een strenge blik keurde ik veel af, was weinig goed genoeg. Bleef ik proberen en vechten, proberen en vechten, tot het echt niet meer ging.
En heel soms komt die oude mentaliteit naar boven, zie ik het allemaal niet meer zitten, voel ik me afgewezen en afgeremd in datgene wat ik daadwerkelijk wil doen. In het leven wat in de verste verte niet meer lijkt op het ideaalplaatje ben ik een buitenstaander. Word ik niet begrepen.
Zoiets wordt aangewakkerd door een simpele opmerking. “Maar jullie zijn al 2 maanden in Bangkok, hoezo ga je nu pas een tour doen?” “Eten jullie nu alweer hamburgers, je bent in Thailand hoor!”. Opmerkingen waarin ik me het liefst wil verdedigen, uitleggen, een ander perspectief geven. Maar te vaak is dat verspilde moeite. Want echt begrijpen wat iemand anders doet als het zo ver afwijkt van wat je kent, dat is en blijft een lastige opgave.
Dat is denk ik wat ik in de foto-expositie rondom de seizoenen vind. De menselijke zoektocht op allerlei verschillende manieren. Het leren van, herkenning vinden in, zorgt voor meer zachtheid. Zachtheid richting de ander, maar misschien nog wel meer zachtheid richting mezelf. Zachtheid om alle seizoenen van het leven te omarmen, niet alleen de hoogtepunten, de momenten die ik graag wil delen, maar ook de zwaarte, de strijd. Misschien nog wel meer: loslaten van hoe het hoort, van wie ik denk te moeten zijn.
Een seizoen van herontdekken en herijken
Dit is mijn seizoen van herontdekken, van herijken. Een seizoen van compassie, voor alles wat was en alles wat niet zo mocht zijn. Ik kan eindelijk zeggen dat ik blij ben met waar ik nu ben, wie ik nu ben met een nieuwsgierigheid naar wie ik nog mag worden. Dat zag ik weerspiegelt in de beelden gekozen door anderen. De uitnodiging om daar nog dieper in te duiken.
Ik sluit af met woorden van de deelnemende fotograven,
gekozen en verzameld door mij.
The lessons of the seasons
There is a season for everything,
and a time for every purpose under the heavens.
There is no such thing
as being too late or too early
when it comes to learning and growing.
At any given moment
each person is experiencing
a different season of life.
True growth begins
when we choose to love ourselves
and trust our path.
Everything comes and goes in its own time.
Our role is to observe
and understand the changes within.
Finding joy in the little things each day.




