“Hier is niks te zien.” Het is een gedachte die ik tijdens het reizen vaker heb dan ik zou willen toegeven. Soms op plekken waar ik toevallig beland, maar soms ook op plekken die ik zelf heb uitgekozen. De botanische tuin in Chiang Mai was zo’n plek.
De botanische tuin in Chiang Mai is niet een van de redenen dat mensen naar Chiang Mai komen. Het zijn eerder de tempels en het oude centrum die tot de verbeelding spreken. Al twee keer eerder waren we in Chiang Mai en hadden we de botanische tuin compleet gemist. Pas toen mijn man op zoek was naar een leuke scooterrit, ontdekten we deze verborgen parel.
En hoewel ik dus vol enthousiasme op de scooter sprong, in de overtuiging dat ik er mooie foto’s kon maken, waren er op de dag zelf genoeg momenten waarop ik het even niet zag. Wat doe je als er niks te zien lijkt? Dan moet je anders leren kijken!
Chiang Mai en omgeving verkennen
Soms begint dat anders leren kijken al voordat je ergens aankomt. Niet door een plek op te zoeken die iedereen aanbeveelt, maar juist door te verdwalen op wegen waar je geen verwachtingen bij hebt. Dat is precies hoe wij jaren geleden de omgeving van Chiang Mai leerden kennen.
In 2017 waren we voor het eerst in Chiang Mai en maakten we kennis met het oude hart. We zagen tientallen tempels, liepen over de avondmarkt en genoten van alle verborgen steegjes. Maar we gingen ook op zoek naar een motor om de Mae Hong Song Loop te rijden.
Deze loop kun je in een paar dagen helemaal rijden en vooral het stuk tussen Pai en Chiang Mai is populair, maar wij trokken er 10 dagen voor uit. Zo konden we onderweg stoppen waar we wilden en ook kennis maken met de plaatsen die we aandeden. Het is tot de dag van vandaag een van de mooiste motortochten die ik ooit heb gemaakt.

En mijn man wilde weer zoiets doen. Hij zocht in de omgeving van Hang Dong en zag al snel dat er aan de rechterkant van Chiang Mai een heuvelachtig gebied liep met zijn geliefde slingerweggetjes. Hij bedacht een route en kwam zo de botanische tuin in Chiang Mai op het spoor.
Een scootertocht door de bergen
Op een zonnige en koude zaterdagochtend stappen we op de scooter om een stukje te gaan rijden. Het duurt niet lang voordat we ons op de slingerende weg bevinden. We zien veel motorrijders die ons inhalen en onderweg zijn er een aantal mooie uitzichtpunten waar vaak ook groepjes fietsers en motorrijders even uitrusten. Later blijkt dat dit de Samoeng Loop is, een route van zo’n 100 kilometer door Doi Suthep National Park.
Achterop de scooter komen de herinneringen aan onze vorige motortocht als vanzelf naar boven. Ik weet weer wat ik zo leuk vond, ook al reed ik niet zelf. Het zijn de dingen die ik onderweg zie, de authentieke huisjes, de leuke koffietentjes en de pepers die liggen te drogen in de warme zon. En de vrijheid om te stoppen zodra iets je aandacht trekt.


Zo vinden we onderweg een compleet verlaten restaurant waar alles nog zo staat alsof de eigenaar elk moment terug kan komen. Ik pak snel mijn camera en schiet wat plaatjes om dit vast te leggen. Ergens is het een tikje ongemakkelijk, maar tegelijkertijd vind ik het fascinerend dat dit kan. Het is niet de eerste keer dat ik dit zo zie, maar zo verborgen in de bergen geeft het toch een andere vibe.


Queen Sirikit Botanic Garden
Als we de weg verlaten en richting de toegangspoort van de botanische tuin in Chiang Mai rijden, zie ik direct dat we verkeerd hebben ingeschat hoe groot dit complex is. De toegangsprijs die we vrij fors vonden valt in het niet met wat je hier kunt doen. Er is een canopy walk, green houses, een museum en plekken om te kamperen of een waterval te bezichtigen.
We kijken waar we moeten parkeren, maar zien al vrij snel dat we gewoon de weg moeten volgen die door het hele complex loopt. Bocht na bocht vragen we ons af waar we terecht zijn gekomen. Dan zien we ineens de eerste stop, de canopy walk. Hier kunnen we parkeren, wat we dan ook doen, en lopen richting de ingang van het boomtoppenpad.
Er staat een soort van poortje en even denken we dat we extra moeten betalen. Maar we zien dat het te maken heeft met het maximale aantal bezoekers dat tegelijkertijd welkom is op de canopy walk. Al snel lopen we tussen de boomtoppen door. En hoewel het prachtig is om zo tussen de bomen te lopen, vind ik het lastig om mooie beelden te schieten. Ik hou van kleur en dat is op deze hoogte ver te zoeken. Er is vooral veel groen, een matig uitzicht en mensen die terugkeren van het verste uitzichtpunt.

Leren kijken door naar anderen te kijken
Aan het einde van de canopy walk ligt een platform met uitzicht over de vallei. Dit deel is gemaakt van glas, zodat je kunt zien hoe hoog je je bevindt. Ik heb gelukkig geen hoogtevrees en neem een kijkje. Het is hier een drukke bedoeling, maar het lijkt alsof iedereen naar het glas staart en niet naar het uitzicht.
Eerst denk ik nog: zo bijzonder is het nou ook weer niet; het is meer groen en door de canopy walk kun je ook naar beneden kijken. Maar dan blijkt dat ze niet kijken naar het uitzicht of de hoogte; er zit een slangetje verscholen.
Hij zit gelukkig aan de andere kant van het glas en kan niet zomaar bij ons komen. En dus kijk ik gezellig mee met de andere mensen en probeer door het glas heen een foto te maken. Ik weet zeker dat ik dit had gemist als er niet al andere mensen hadden gestaan, omdat mijn blik gericht was op de bomen en het uitzicht om mij heen.
Hier is niks te zien (of toch wel?)
We rijden door naar het deel waar ik mijn zinnen op heb gezet, de botanische tuin zelf. Hier bestaat de botanische tuin uit verschillende kassen met elk een eigen thema. Er is niet echt een duidelijke looprichting en tussen sommige kassen loopt er niet echt een pad. We kiezen dus maar op goed geluk een beginpunt. Ik baal een beetje, want ook hier is weinig kleur te bekennen.
Het liefst loop ik met een sneltreinvaart een aantal kassen door, op zoek naar datgene wat ik wel leuk vind. Maar ik ben niet alleen en mijn man heeft andere interesses dan ik. Ik besluit om beter te kijken, te zoeken naar wat er te zien is. Als ik geen kleur kan vinden, dan is er vast wel iets anders wat ik leuk of mooi vind.
Ik begin met een aantal plantjes die net besproeid worden. Het doet me denken aan de Cloud Forest in Singapore, waar ik me ooit als een kind in een snoepwinkel voelde. Een hele ochtend zwierf ik door de kassen, maakte foto’s en had vooral veel plezier. En toen om tien uur de mist aanging, kon mijn geluk niet op.
Het samenspel van water, licht en planten veranderde de kas even in een sprookjeswereld. Hier voel ik datzelfde moment weer. Ik pak mijn camera en probeer het vanuit verschillende hoeken vast te leggen. Als ik het resultaat terugkijk, moet ik glimlachen. Dit is zó leuk.


Een kwestie van perspectief
En zo loop ik vervolgens de andere kassen ook door. Al zijn de planten niet direct wat ik zoek of leuk vind, er is altijd wel iets waar mijn oog op valt. Het wordt een sport om toch foto’s te schieten waar ik trots op ben in een omgeving die dat niet direct laat zien. Waar ik eerst niks zag, draait het langzaam om. Mijn man ziet niks interessants en mijn foto’s stapelen zich op.


Het is niet altijd de omgeving die moet veranderen om mooie foto’s te schieten. Eigenlijk ben ik het die steeds moet veranderen. Of in ieder geval moet kijken met een andere bril. Verder kijken dan wat er op het eerste gezicht zichtbaar is. Mijn focus verleggen van het grote plaatje naar de details in dat plaatje. Als ik dat kan vasthouden, wordt elke plek een plek waar iets te ontdekken valt.
En ik kan me ook laten leiden door de blikken van anderen. In de kassen zie ik dat iedereen ergens anders naar kijkt. Soms vind ik wat zij zien interessant, soms mis ik wat zij daar vonden. Maar door in ieder geval te kijken pak ik een kans om te ontdekken wat er is. De kunst is om de tijd te nemen, om stil te durven staan en je perspectief te verleggen.
Wat anders leren kijken me brengt
Doordat het me lukt mijn blik te veranderen, wordt het bezoek aan de botanische tuin in Chiang Mai toch een van de hoogtepunten van de dag. Niet omdat er ineens meer te zien is, maar omdat het zoeken zelf leuk wordt. Spelen met perspectief, met instellingen, met mogelijkheden. Proberen vast te leggen wat me raakt, juist op plekken waar dat niet vanzelfsprekend is.
Misschien is dat ook wat reizen met me doet. Het dwingt me om dingen anders te doen. En als ik dat niet zie als beperking maar als uitnodiging, ontstaat er ruimte om te spelen. Met wat ik dacht te weten. Met wat ik dacht te moeten.
Soms hoeft de plek niet te veranderen. Alleen mijn blik.





